Soest, 8 juni 2011

 

Beste partijgenoten,

In Trefpunt hebben we gesproken over de standpuntwijziging van de fractie met betrekking tot ritueel slachten. Een aantal vragen houdt ons bezig. In hoeverre zijn gelovigen die hechten aan ritueel slachten door de fractie geraadpleegd? Hoe heeft de afweging van jullie standpunt over het voorstel van de Partij voor de Dieren plaatsgevonden? Hoe heeft de vrijheid van godsdienst hierin een rol gespeeld? In hoeverre is sprake van dierenleed bij ritueel slachten? En, als daarvan sprake is, hoe verhoudt zich dat tot de vrijheid van godsdienst? Intussen hebben we begrepen dat jullie zelf ook ongelukkig zijn over de procedurele gang van zaken, namelijk dat er onvoldoende is gesproken met belanghebbenden. Blijft voor ons de vraag hoe de afweging is gemaakt om tot steun van het voorstel van de Partij voor de Dieren te komen. Wij hebben dus vooral vragen. Toch willen we enkele overwegingen meegeven, al zullen die jullie niet onbekend in de oren klinken.

Vrijheid van godsdienst is een groot goed. Uiteraard onderkennen ook wij dat die niet onbeperkt en niet absoluut is. De vraag of er sprake is van dierenleed bij ritueel slachten is een terechte vraag. Inbreuk maken op de vrijheid van godsdienst zou gerechtvaardigd kunnen zijn als duidelijk is dat, in dit geval, er bij ritueel slachten aanmerkelijk meer dierenleed wordt veroorzaakt dan bij de gebruikelijke slachtmethoden.

In onze afweging speelt mee dat het kosjer en halal slachten is gebaseerd op ethische principes in het omgaan met dieren. Ook volgens degenen die deze slachtmethoden onderhouden, gaat het om respectvol omgaan met dieren en het toebrengen van zo weinig mogelijk leed. Het kan heel goed zijn dat moderne slachtmethoden minder dierenleed veroorzaken, maar ons is niet duidelijk waarop jullie dat baseren. Wij hebben daarvoor geen overtuigende bewijzen kunnen vinden. Daarom menen wij dat er op z’n minst voldoende tijd moet worden genomen om een voor iedereen overtuigende grondslag voor besluitvorming te verzamelen. Vervolgens moet worden onderzocht of ritueel slachten kan worden gehandhaafd met in achtneming van het tegengaan van dierenleed. Daarbij moet wetgeving proportioneel zijn: we dienen ons af te vragen hoe in het algemeen het dierenleed bij ritueel slachten zich verhoudt tot het dierenleed in de bio-industrie.

Als wij goed zijn geïnformeerd zal over dit onderwerp in de Tweede Kamer een hoorzitting worden gehouden. Uitstel van het innemen van definitieve standpunten door de PvdA lijkt op dit moment het beste, wat ook de mogelijkheid geeft in brede kring van de partij mensen over deze kwestie te horen.

Ook zou de PvdA kunnen aandringen op uitstel van verdere behandeling van het initiatiefvoorstel omdat in Europees verband gezocht wordt naar een standaard voor halal slachten. Een suggestie die tenslotte in Trefpunt is gedaan is om zich bij de besluitvorming niet alleen te baseren op rapporten en gesprekken met betrokkenen, maar ook met eigen ogen te gaan zien hoe er in reguliere slachthuizen en bij ritueel slachten met het einde van de dieren wordt omgegaan.

 

Met vriendelijke groet,

 

Herman Noordegraaf, voorzitter                               Kees Waagmeester, secretaris